Verzet tegen kapitalisme is diep verankerd

0

link to original article

De Ierse socioloog John Holloway legde tien jaar geleden in een militant Mexicaans onderzoeksinstituut de laatste hand aan een boek dat een bijbel zou worden voor activistisch links in het eerste decennium van deze eeuw.
Nog altijd is hij daar samen met een groep volgelingen bezig tegendraads te denken. Het kapitalisme dient gekraakt.

John Holloway
‘Verzet tegen kapitalisme is diep verankerd’

I NT E RVI E W
Alex Tieleman
Puebla, Mexico

‘Ik ben John en ik ben hier om te begrijpen hoe ik de wereld kan veranderen”, stelt de 64-jarige socioloog zich voor tijdens zijn leesgroep waar ‘Het kapitaal’ van Karl Marx wordt bestudeerd. De groep zit in een zaaltje in een van de kleurige gebouwen van de Benemérita Universidad Autónoma de Puebla. De universiteit ligt in de koloniale stad Puebla in het hooggebergte ten zuidoosten van Mexico-Stad. Voor de activistische academicus Holloway is deze plek zijn schuttersputje.
Het groepje van tien – voornamelijk academici, maar ook een fabrieksarbeidster en bezoekers uit Guatemala en Griekenland – bespreken hoofdstuk 5, 6 en 7 van ‘Het kapitaal’. “Dit is opgezet als een discussiegroepje, maar we zijn nu al meer dan twaalf jaar bezig”, vertelt Holloway op de binnenplaats voor zijn kantoor.
In de jaren zeventig was de universiteit een toevluchtsoord voor linkse academici uit Latijns-Amerika. Ze had zich ten doel gesteld de academie op communistische grondslag opnieuw uit te vinden. Zo moest aansluiting worden gevonden bij opstanden en revoluties die toen op het continent nog schering en inslag waren. De tijden zijn inmiddels veranderd, maar het onderzoeksinstituut waar Holloway werkt, is een centrum gebleven voor links georiënteerde theoretici en trekt belangstellenden van over de hele wereld.
Holloway werd op slag een toonaangevend theoreticus voor activistisch links toen zijn boek ‘Change the world without taking power: The meaning of revolution today’ in 2001 verscheen. Holloway heeft een zacht en bedachtzaam voorkomen en kan qua persoonlijkheid niet wedijveren met andere tegendraadse denkers van dit moment, zoals de Sloveense filosoof Slavoj Zizek, met zijn woeste oraties, of het strenge opgeheven vingertje van de Italiaanse activist Antonio Negri. Holloway bepleit dat revolutie in deze tijd niet meer moet gaan om het veroveren van de macht, maar moet voortkomen uit het creëren van alternatieve levenswijzen. Deze levenswijzen moeten zich onttrekken aan ‘de heersende kapitalistische orde’. Het begin van dit verzet tegen deze orde balt zich volgens Holloway samen in wat hij ‘De schreeuw’ noemt: een strijd die mensen tegen ‘het systeem’ voeren en die varieert van je haar groen verven tot aan hooliganisme, terreur en zelfmoord.
‘De schreeuw’ veronderstelt volgens Holloway menselijke relaties die anders van aard zijn dan de sociale relaties zoals die door het kapitalisme worden geconstrueerd. Zo willen stakers volgens Holloway niet per se een inwilliging van hun expliciete eisen, maar gaat het hen om de ontwikkeling van een collectief met andere sociale verhoudingen.
Holloway ziet verzet als iets dat plaatsvindt in het dagelijks leven door ‘antimacht’ te creëren, zoals hij het noemt. “Verzet tegen het kapitalisme is al diep verankerd is in ons dagelijks leven. Bijvoorbeeld in de dagelijkse strijd om vriendschap en liefde. Als je een liefdesrelatie hebt, ervaar je dat ook als een strijd tegen alle elementen die deze verhoudingen dehumaniseren.”
In het zogenoemde postmarxisme-debat is Holloway verzeild geraakt in een richtingenstrijd met filosoof Antonio Negri en de Amerikaanse linguïst Michael Hardt, de schrijvers van dat andere invloedrijke activistenboek: ‘Empire’ (2000). “Hardt en Negri leggen de nadruk op een strijd voor democratie. Terwijl het meer gaat om hoe de samenleving als geheel georganiseerd is”, vindt Holloway.
Rond het revolutiejaar 1968 ruilde Holloway zijn rechtenpromotie in voor sociologie na het lezen van de marxist Ernst Bloch. “Ik kwam niet uit een communistisch gezin. Misschien heeft mijn ervaring met migratie gezorgd voor een kritische afstand tussen mijzelf en de maatschappij waarin ik leef.” Eind jaren zeventig kwam hij door de liefde in Mexico terecht.
In Mexico zag hij jaren later ook de belangrijkste praktische uitwerking van zijn eigen theorieën toen de zapatisten-beweging, genoemd naar de Mexicaanse anarchistische opstandelingenleider Emiliano Zapata (1879- 1919) in de arme Zuid-Mexicaanse deelstaat Chiapas in 1994 van zich liet horen. Indianen, met als boeg- beeld de pijprokende Subcommandante Marcos, stichtten autonome gebieden, die zij tot op de dag van vandaag beheren. Holloway stond als een van de eersten aan de zijlijn te juichen.
De opstand van de zapatisten is een voorbeeld van de antimacht, zoals Holloway dit theoretisch uitwerkte. Holloway komt regelmatig in die gebieden van ‘Het goede bestuur’, zoals ze zijn gedoopt. “Ik heb gepraat met jonge mensen die in de beweging zijn opgegroeid. Het was indrukwekkend en overtuigend, hoe helder, open en ondogmatisch zij waren.”
De media-aandacht voor de rebellen is inmiddels wat weggeëbd en het is niet helemaal duidelijk welke weg de beweging nu bewandelt. Dit valt samen met de voorlopige conclusie van Holloway; namelijk dat er niet één methode voor verandering is die zaligmakend is. “Vragen is deel van het revolutionaire proces. Vragend lopen we vooruit, zoals de zapatisten het zeggen.” vindt ook Holloway.
Vorig jaar mei kwam Holloways nieuwste boek ‘Crack Capitalism’ uit, waarin hij ingaat op de manier waarop er ‘barsten in de kapitalistisch hegemonie’ kunnen worden gemaakt. Het is een soort praktische uitwerking van het boek waarmee hij bekend werd. “De reactie is niet hetzelfde. Dat heeft te maken met de tijd waarin het uitkomt. Het is rustiger dan toen. Nu in ieder geval”, lacht hij.
Uitgeput van uren Marx bediscussiëren verlaten Holloway en de anderen het gebouw. De waterflesjes, waarvan de kleine lettertjes verraden dat zij door Coca-Cola zijn gemaakt, blijven leeg achter in de collegezaal.

Marxistisch socioloog
John Holloway (Dublin, 1947) verhuisde op jonge leeftijd naar Schotland. Daar begon hij aan een rechtenpromotie aan de Universiteit van Edinburgh maar stapte over naar sociologie na het lezen van de marxist Ernst Bloch. Via zijn Mexicaanse vriendin kwam hij in Mexico terecht. Hij werkt daar nu al jaren aan het onderzoeksinstituut van sociale en menswetenschappen aan de Benemérita Universidad Autónoma de Puebla.
In 2001 werd hij in een klap beroemd door zijn boek ‘Change the World Without Taking Power: The Meaning of Revolution Today’, waarin hij een alternatief voor traditionele linkse revolutionaire theorievorming geeft. De opstand van de zapatisen in Mexico ziet hij als een praktische uitwerking hiervan. Vorig jaar kwam zijn laatste boek ‘Crack Capitalism’ uit; een soort praktische uitwerking van het boek waardoor hij faam kreeg. Tweewekelijks leidt hij in de stad Puebla een bijeenkomst waar denkers als Adorno en Marx worden gelezen. De leesgroep is vrij toegankelijk. Nu lezen de cursisten de Franse marxist Daniel Bensaïd.

Comments